Koorzangers weten waarom

Dinsdag 10 februari 2009
Koorzangers weten waarom
Voor ons vroegere tijdschriftje trok Jos Meekers, dirigent van Concinite in Overpelt, regelmatig op pad om her en der een koor in de kijker te plaatsen. Vanaf vandaag bieden wij u een nieuwe koorrubriek aan en zal u het reilen en zeilen van de koorwereld regelmatig in een koorcursiefje voorgeschoteld krijgen. Wij dagen alvast alle koorzangers en dirigenten uit om ons hun pennenvruchten te sturen.  Jos Meekers kroop alvast in de pen. We hopen dat u er veel herkenning en plezier aan beleeft.


Elke week op maandagavond omstreeks 19u.30 komt het bestuur samen in de inkomhal van ons repetitielokaal. We mogen pas binnen in De Reppe, het eigenlijke repetitielokaal, om 19u.45. Van 18u.45 tot 19u.45 geeft een drumleraar, op uitnodiging van de Koninklijke Fanfare Nut en Vermaak van Overpelt, privéles aan jonge drummers in spe. Vroeger konden we al eerder in de Reppe om rustig de zaal te schikken ter voorbereiding van onze repetitie. Maar we betalen pas huur vanaf 19u.45, dus, nu een leraar jonge talenten tot behoorlijke drummers tracht op te leiden, hebben wij bij deze aangelegenheid niks in de pap te brokken. Terwijl de drumles haar verloop krijgt, treffen wij alle voorbereidingen om, als de klok 19u.45 slaat, zo snel mogelijk alle nodige attributen te verplaatsen naar de grote zaal. Onze digitale piano, het statief, het stoeltje en de pupiter worden in de hal reeds opgebouwd om op tijd alles naar binnen te brengen, want om 20u. begint de repetitie. De leraar drum begrijpt onmiddellijk dat hij bij onze verschijning maar beter kan ophouden. Nu, problemen zijn dat helemaal niet hoor. Trouwens, ook de stoelen moeten nog op de juiste plaats gezet worden en de dirigent vindt de afstand tussen de stoelen heel belangrijk. Hier krijgen we hulp van intussen binnengelopen bassen en als de tenoren arriveren staat alles netjes op zijn plaats. Te ver naast mekaar zitten kan zorgen voor onvoldoende steun aan elkaar en is dus niet bevorderlijk voor de homogeniteit in de koorpartij. Anderzijds is het ook niet de bedoeling om op elkaars schoot plaats te nemen, alhoewel een onverlaat wel eens anders zou willen natuurlijk. Maar bij ons zijn er geen snoodaards. Ook als uw buurman of-vrouw te ver voor je of te ver achter je zit, kunnen er tochtgaten ontstaan en da’s niet goed voor de gezondheid. Het is trouwens ook niet handig als een tenor een muzikale tip wil doorfluisteren aan een sopraan. Ik wil maar zeggen: de stoelen dienen netjes, in een U-vorm, op hun plaats te staan.

Om 20u. is er reeds een groot gedeelte van ons vijfendertig koppig koor aanwezig. De pupiters, voor de echten, opgeslagen in een speciaal daartoe bestemde kast, worden bovengehaald en opgebouwd. Na een half jaar inloopperiode zijn er nog steeds koorleden bij die de knepen van het vak, nl. het soepel openslaan van die  pupiters, niet onder de knie hebben. ’t Is flauw te vermelden dat we hier meestal te doen hebben met blozende sopranen en giechelende alten. Als iedereen dan gezeten is en een laatkomer nog haastig z’n plaatsje opzoekt, is het reeds zeven minuten na acht. De dirigent begint met inzingoefeningen en vraagt iedereen even recht te staan. Op de achterste rij proberen een paar mannen zich te verschuilen en ook enkele dames op de tweede rij hebben moeite om de dirigent in het vizier te krijgen. “Is er geen verhoogje of zoiets?” vraagt de dirigent. Een supersnelle alt vliegt de inkomhal in en komt even later aandraven met een lege bierbak. De eerste inzingoefening is van “babbel-maar-een-beetje, babbel-maar-een-beetje…” en geïnspireerd door de bierbak volgt een tweede zinnetje met als tekst: “mannen-weten-waarom, mannen-weten-waarom…..” Zoals je ziet, beste koorkrantlezer,  kan een kleine, weliswaar niet ongevaarlijke bierbak, naast het klassieke “babbel-maar-een-beetje” en andere “wilde-witte-zwanen”,  toch ook zorgen voor de nodige afwisseling bij de inzingoefeningen, alhoewel een verzekering, afgesloten bij K&S, ook zijn nut heeft…..